Waar komt die interesse in de socialistische wereld vandaan? Op de middelbare school – tachtiger jaren, Koude Oorlogsdreiging – leek mij het socialisme een fantastisch systeem. Eerlijk delen, gelijkheid, het sociale van het socialisme, broederschap, vechten tegen het kapitaal. Dat de ‘dictatuur van het proletariaat’ vooral veel dictatuur betekende, met alle excessen van dien, was me niet in zijn totale omvang bekend, maar een fellow-traveler was ik ook weer niet, en dat nog te worden is heden ten dage lastig. O ja, en ik was ook altijd erg onder de indruk van de socialistische (Sovjet)-esthetiek. Het zag er gewoon goed uit!

In 1989 deed ik eindexamen en ik bezocht die zomer – vlak voor de grote ineenstorting van het socialisme – Hongarije, Joegoslavië, de DDR en de Sovjet-Unie. Joegoslavië was nog één land met alleen maar Joegoslaven. Dacht ik. Sint Petersburg heette nog Leningrad. Duitsland was nog niet Wiedervereinigt.

Ik in Moskou, 1989

Van perestrojka naar katastrojka

September 1989 begon ik mijn studie sociale geografie. Nog voor het einde van dat jaar donderde de hele socialistische wereld als een kaartenhuis in elkaar. De Muur ging neer, Havel werd president van Tsjechoslowakije na een Fluwelen Revolutie, Ceaucescu werd met Kerst geëxecuteerd.

Het was een tijd van gigantische veranderingen. De voormalige socialistische volkshuishoudingen moesten de overgang maken van een geleide economie naar een markteconomie, een periode van  wildwestkapitalisme zonder weerga, van perestrojka naar katastrojka, zoals een vak heette dat ik volgde aan de UvA.

Met katastrojka werd het einde van het socialisme bedoeld, maar de gevolgen waren in de jaren ’90 veel catastrofaler. Veel mensen misten de boot en verzopen in de nieuwe voor hen onbekende wereld. Een systeem, een verhaal, een waarheid, een manier van leven bleek niet langer houdbaar. Een systeem dat in stand was gebleven door grote repressie, goelag, Stasi en militair ingrijpen als een land zich los dreigde te maken van de doctrine. Door Gorbatsjovs perestrojka en glasnost – openheid en hervormingen – werd de ineenstorting versneld.

Degenen die het altijd al wisten te redden, ongeacht het heersende systeem, konden ook prima uit de voeten in de nieuwe situatie en vormden een nieuwe klasse van extreme rijken. Anderen raakten aan lager wal, gedesillusioneerd, alle zekerheden kwijt. De gemiddelde levensverwachting van mannen in Rusland daalde dramatisch. Er braken nationalistisch geïnspireerde oorlogen uit in onder meer Joegoslavië en Azerbeidzjaan.

Stadt-Umlandbeziehungen usw.

In deze woelige tijden heb ik me als geograaf gespecialiseerd in de regio Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. Ik ben afgestudeerd bij Leo Paul, de Dr. Clavan van de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen. Mijn afstudeeronderwerp? De hernieuwde invloed van (West)-Berlijn op Landeskreis Potsdam na de eenwording van Duitsland.

De Landeskreis Potsdam bestond uit Stadt Potsdam, met zijn prachtige paleizen en kazernes en een enorme hoop kleinere stadjes en boerendorpjes. Potsdam, van paleis Sanssouci, van de Glienicker Brücke waar spionnen tussen oost en west werden uitgeruild en van de Conferentie van Potsdam in Cecilienhof, waar Stalin, Churchill en Truman Duitsland en Oostenrijk en hun hoofdsteden verdeelden in vier bezettingszones. Waarbij ik me altijd afvraag waarom er dan niet een West en Oost-Oostenrijk zijn gekomen, en een Oost-Wenen.

Landeskreis Potsdam was een suburb van Berlijn. Na de bouw van de Muur kwamen alle normale relaties tussen de stad en zijn ommeland tot stilstand. Na de Wiedervereinigung kwamen de aloude ‘Stadt-Umlandbeziehungen’ weer op gang: West-Berlijners gingen gezellig recreëren in de parken, kastelen en meren van Potsdam en er werd als vanouds op los geforensd toen de S-bahn weer rechtstreeks naar Berlijn reed.

In 1994 heb ik met mijn afstudeercompaan drie maanden in Potsdam gewoond en gestudeerd aan de Universiteit van Potsdam. We verbleven op de campus van de voormalige juridische hogeschool van de Stasi in het sneue deprimerende Golm. Golm stond bekend als de plaats met het hoogste percentage mensen dat werkzaam was bij de Stasi. Nu was vrijwel iedereen werkloos. Al om 11 uur ’s ochtends zaten mannen aan de stamtafel van de dorpskroeg – wee je gebeente als je daar ging zitten! – kopstoten te drinken. Over het dorp hing een gezellig geurende wolk van bruinkool.

De aankomend drs. H. te Potsdam, 1994

‘Mit sozialistischem Gruß’

We hebben in Stadt Potsdam en de omliggende plaatsen alle archieven uitgeplozen. Heel bijzonder. Veel brieven die openden met ‘Werte Genosse…’ en eindigden met ‘Mit sozialistischem Gruß’. Er liepen vaak nog typische DDR-relicten rond, vak in stofjas, soms achter een lichtbak met een vergrootglas. Ik kan me de zure lucht van boeken in staat van ontbinding nog zo voor de neus halen.

Kopieerapparaten waren er nauwelijks dus we hebben ons een behoorlijk de schrijfkramp geschreven. En als er al een kopieerapparaat was, dan was het niet gezegd dat we dat ook mochten gebruiken. Men vond het eng, alsof een kopie te hard bewijs was. Voor wat? Het was ongelooflijk wat een non-informatie er in de archieven te vinden was. Kaninchen pro Nase pro Monat pro Gemeinde ab 50 Personen. En Pro Nase is dus: per hoofd. Dat duurde even voordat we dat doorhadden.

Ik herinner me nog een werkdagje bij een Landwirtschaftliches Bundesamt waar we uren aan het overschrijven waren, tot er een overduidelijke Wessie de kamer binnenkwam – het onderscheid tussen Ossie en Wessie was in die tijd nog goed te zien – en ons bevreemd aankeek… ‘Was macht ihr denn?’ Vervolgens heeft ie alles wat we nog niet hadden overgepend voor ons gekopieerd en konden we weer huiswaarts.

Uiteindelijk hebben we onze scriptie afgerond en toen was ik doctorandus in de regionale geografie van Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie. De banen liggen voor de Drs. Clavannen van deze wereld niet per se voor het oprapen. Leraar aardrijkskunde was ook niet helemaal mijn roeping. Maar eens geograaf, altijd geograaf. Je leert er op een holistische manier naar regio’s te kijken en wat je ziet en leest te duiden.

Veldwerk en leeswerk

Mijn interesse voor ‘mijn’ regio is er altijd gebleven. Ik heb de laatste jaren veel gereisd naar de Baltische staten, de Balkan, Tsjechië, Roemenië. Spaar ze allemaal! Ik wil nog graag naar een aantal voormalige Sovjet-republieken: Moldavië, Georgië, Wit-Rusland, Oekraïne. Er is nog genoeg te ontdekken. In maart komt er alweer een trip naar Albanië aan. En ik heb een prachtige nieuwe camera, dus dikke kans dat de foto’s er ook nog op vooruit gaan.

Ik heb inmiddels een behoorlijk omvangrijke Oostblok-bieb opgebouwd en houd de ontwikkelingen in de regio bij, zo goed en zo kwaad als dat gaat. De laatste boeken die ik las zijn The road to unfreedom van Timothy Snyder (over de doodenge anti-democratische ontwikkelingen wereldwijd, waar Rusland – zie Trump, Oekraïne, Brexit, opkomst fascistische partijen – een hoofdrol in speelt), de biografie van Enver Hoxha (de Stalinistische totaal paranoïde dictator die Albanië tot een van de armste landen ter wereld maakte) en Het ijzeren gordijn van Anne Applebaum (over de wijze waarop Stalin Polen, Duitsland en Hongarije inlijfde en onder zware dwang op alle vlakken van het leven herschiep naar zijn socialistische utopische model). En ik verdiep me voor Oostblog de laatste tijd in de architectuur van ‘mijn’ regio; dat blijft ook iets wat me mateloos boeit.

Ik wil maar zeggen: er is wel wat veldwerk en leeswerk verricht voor deze website!