Budel Dorplein is een van de weinige projecten uit de Atlas van tuindorpen van Nederland die ik niet met eigen ogen heb gezien. Dorplein ligt ook wel heel erg uit de richting, pal aan de grens met België. De reden dat de fabriek in deze uithoek terechtkwam was dat men in Wallonië klaar was met de zeer vervuilende zinkfabrieken. De bouw van een nieuwe werd tegengehouden. In Nederland was men nog niet bekend met de vervuiling door zo’n zinkfabriek. Bovendien was de heidegrond van de Peel was goedkoop, en veel grond was er nodig als ‘uitwaaiterrein’. Niet om eens lekker uit te waaien met de kinderen op een fraaie zomerdag, maar om alle giftige stoffen te laten neerslaan die de schoorstenen van de fabriek uitbraakten.
Waals zinkdorp van de gebroeders Dor
Budel-Dorplein is vernoemd naar de Waalse gebroeders Dor, bazen van zinkfabriek Société Anonyme des Zinc de La Campine: de Kempensche Zinkmaatschappij. Het fabrieksdorp, waar de broers ook de stichters van waren, heette eerst Nieuwdorp, vervolgens Place Dor – door het ontbreken van een apostrof net geen plein van goud – en op 5 september 1893 besloot de gemeente tot ‘Dorplein’.
In Dorplein werden de arbeiders van de fabriek gehuisvest. De gemeente bleef eigendom van de fabriek tot 1968. Toen pas verdwenen de slagbomen die de grenzen van de fabriek en haar dorp bewaakten.
De Zuid-Limburger bericht in 1898: ‘Daar, waar voor een kleine zeven jaren, niets te zien was dan eene uitgestrekte heivlakte, die zelden door menschen betreden werd, ziet men thans eene voor onze streek groote fabriek.’ Er zijn dan 50 arbeiderswoningen, een directeurswoning, een school en een kerk gebouwd, en er is een kantine, ‘eene werkelijk grootsche inrichting met talrijke kamers, een groote eetzaal enz. alles naar de eischen des tijds ingericht’. De ‘werklieden’ en hun gezinnen komen door het afdragen van 1% van hun loon in aanmerking voor ‘vrij geneeskundige hulp’. Die geneeskundige hulp wordt verleend door zeven ‘liefdezusters’, die ook de leiding nemen over het tehuis voor werklieden en de bewaarschool. In 1900 – acht jaar na de stichting – heeft Dorplein al 300 inwoners.

Le Projet de Dorplein
Het dorp zelf was een tuindorp avant la lettre. Het plan – Le Projet de Dorplein – dateert van 1893. Bijzonder is de Waalse invloed die terugkomt in de naamgeving, de bouwstijl en de gebruikte bouwmaterialen. Het hogere personeel – les Employés – kwam grotendeels uit Wallonië, de voertaal was Frans. De Waalse fabrieksdorpen hadden net als Dorplein kenmerken van tuindorpen: grote (moes)tuinen, ruim opgezet, veel groen, zelfvoorzienend. Vergeleken met fabrieksdorpen in Wallonië laat Dorplein meer variatie zien in woningtypen en detaillering.
Hoe begon deze hele zinkgeschiedenis in deze destijds lege grensregio? In 1892 verkocht de gemeente Budel 628 hectare heidegrond aan de Belgische gebroeders Lucien en Emile Dor en hun partner François Sepulchre voor de bouw van een zinkfabriek. De keuze viel op Budel vanwege drie factoren: de afgelegen ligging in dunbevolkt gebied zodat er een flink ‘uitwaaiterrein’ was voor de giftige neerslag, de aanwezigheid van voldoende water uit de vennen en de goede verbindingen via de Zuid-Willemsvaart en het spoor. De grond in de arme, landelijke Peel was bovendien spotgoedkoop. In België waren al meerdere zinkfabrieken gevestigd en door de vervuiling die die fabrieken veroorzaakten was het lastig er nieuwe te openen. Daarom werd gekozen om de fabriek op een gunstige, dunbevolkte plek net over de grens te bouwen.

Stedenbouwkundige opzet
Emile Dor maakte in 1892 het planontwerp van fabriek en dorp. Het stedenbouwkundig ontwerp had de vorm van een harp, met diagonaal op de Hoofdstraat de Theo Stevenslaan, die bij elkaar komen bij de fabriekspoort. Het strakke grid met lange zichtassen geeft de indruk dat ‘het geheel is gelegd langs de liniaal van orde en discipline’. De rechtlijnige opzet maakte controle van de bewoners mogelijk.
Dorplein kreeg veel kenmerken die typerend waren voor fabrieksnederzettingen van die tijd: alle rangen en standen woonden door elkaar, inclusief de directie. Het dorp was zo goed als zelfvoorzienend, de fabriek heerste over alle facetten van het leven. Er kwamen ook een boerderij met akker- en weidegrond en boomgaarden die werden bestierd door nonnen. Hoewel Budel-Dorplein van vóór de tuinstadgedachte is, werd er veel aandacht besteed aan de groenvoorziening, die onderdeel was van het plan. Langs de straten werden bomen geplant en er kwamen percelen bos voor hakhout of kreupelhout. Rond de villa’s werden parkbossen in Engelse landschapsstijl aangelegd. De fabriek betaalde voor de aanplant.

Uitwaaiterrein
Er was in Eijsden bij Maastricht al een zinkwitfabriek sinds 1870, gesticht door de Luikenaar Rocourt. Ook hier verrees een fabriekskolonie waar de werknemers van de fabriek woonden: Mariadorp. De bouw van de zinkfabriek in Budel begon in 1892. Alle bebouwing ligt westelijk van de fabriek, zodat de huizen niet in het ‘uitwaaiterrein’ liggen. De eerste blokken woningen werden gebouwd ten zuiden van het smalspoor in een V-vorm, waarbij de ‘pijl’ wijst naar de fabriek waartoe de woningen behoorden. Langs de Hoofdstraat werden vooral dubbele woonhuizen gebouwd in verschillende bouwhoogtes voor de Waalse employés. Ten westen daarvan kwam het gemeenschapshuis Hotel St. Joseph, nu Cantine Theater Dorplein, met daarnaast een parkje met kronkelpaden en de directeurswoning waar Emile Dor woonde. Vanwege de bepleistering werd dit de Witte Villa genoemd.

Het enorme Hôtel St. Joseph, ontworpen door A. Neeskens, met ernaast het gelijknamige plein, was de centrale plek voor de bewoners en had een multifunctioneel karakter: kapel, feestplek, theater, startpunt voor processies, kantine, gezellenhuis, ziekenhuis, school, winkels, wasserij – wat niet. Emile Dor had als goede katholiek in zijn plannen ook direct een kerk opgenomen, tegenover de Witte Villa, maar die kwam er pas in 1952. Ook bijzonder is de aanwezigheid van een eigen gevangenis, het Prisonneke, met twee cellen: het kleinste van Nederland en eenmalig gebruikt voor het vastzetten van een smokkelaar.

Carré Mulhousien
In 1907 werd het fabrieksdorp uitgebreid met blokjes woningen aan drie straten ten westen van het park. Ook dit was onderdeel van het plan van Emile Dor, waarin al rekening werd gehouden met latere uitbreiding van nog eens acht straten. Hier werd gebouwd volgens een strak stratenplan met louter rechte hoeken, anders dan het meer organische stratenpatroon van de eerste bouwfase. Hier kwamen blokjes van vier rug-aan-rugwoningen voor les ouvriers – de arbeiders – naar het model van het Carré Mulhousien, zoals ook toegepast in de mijnkoloniën Beersdal en Leenhof-Schaesberg, en in het Agnetapark te Delft en het Snouck van Loosenpark in Enkhuizen. Deze bouwwijze was ontwikkeld voor arbeiderswoningen in de destijds Duitse industriestad Mulhouse.

Deze splitlevelwoningen waren deels onderkelderd, wat te zien is aan de plaatsing van de ramen. De huizen kregen aanbouwtjes met lessenaardak, die dienden als cabinet (toilet), schuur of stal. De voor- en zijtuinen waren extra groot om het ontbreken van een achtertuin te compenseren en werden gebruikt als moestuin. Les ouvriers hadden het goed voor elkaar voor die tijd: via de fabriekswaterleiding kregen ze toegang tot stromend water en later ook elektriciteit. De woningen waren gebouwd in rode Belgische baksteen in kruisverband met reliëfmetselwerk en gepleisterde speklagen. De muren kregen prominente muurankers en getoogde ramen met bakstenen boogjes.
Met het verdwijnen in 1968 van de slagbomen die toegang gaven tot Dorplein, kwam er een meer naar buiten gerichte oriëntatie. Mensen werden mobieler en minder afhankelijk van de voorzieningen van de fabriek. Ook mensen die niet gebonden waren aan de fabriek konden nu grond en huizen kopen. De zinkfabriek kwam in handen van Nyrstar. In de smelterij worden nu zink en zinklegeringen geproduceerd.
Sinds 2011 is Dorplein een beschermd dorpsgezicht. Ook de omliggende vennen horen erbij, onmisbaar als zij waren voor de watervoorziening.
Snelle feiten Budel Dorplein | Budel
➜ Architect: Emile Dor, Jan Sak, Ant. Vermeeren
➜ Bouw: 1893-1918
➜ Opdrachtgever: Kempensche Zinkmaatschappij
➜ Omvang: ongeveer 100 woningen
➜ Begrenzing: Theo Stevenslaan, Sepulchrestraat, Thijssenstraat, Hoofdstraat
➜ Status: beschermd dorpsgezicht
Bronnen
- cultureelerfgoed.info/Beschermde_Gezichten/BG1592/TOELICHTING_aanwijzing_1592.pdf
- nl.wikipedia.org/wiki/Zinkfabriek_(Budel)
- www.leprojetdedorplein.nl/
- Esther Wessel, Budel-Dorplein, Het fabrieksdorp en de zinkfabriek. In: Jaarboek Monumentenzorg 1994. Monumenten van een nieuwe tijd. Architectuur en stedebouw 1850-1940 (Zwolle 1994)
- Provinciaal nieuws, De Peel- en Kempenbode, 9 september 1893
- Provinciaal Nieuws, De Zuid-Limburger, 28 oktober 1898
- Limburgsch Nieuws, Limburger koerier, 26 augustus 1899
- Provinciaal Nieuws, De Zuid-Willemsvaart, 12 december 1900
