De Arenawijk in het Antwerpse stadsdistrict Deurne stond al tijden op mijn lijstje met te bezoeken brute Belgische objecten. Architect van dienst is Renaat Braem, die ooit stage liep bij niemand minder dan Le Corbusier. Braem ontwierp in België veel sociale woningbouwprojecten met een vaak verfijnd modernistisch, soms brutalistisch karakter. In de Belgisch-Nederlandse sciencefictionserie Arcadia diende de Arenawijk als decor voor de 3+-wijk. In de appartementswoningen woonden Arcadianen met een lage burgerscore.

Een korte detour van de snelweg van Antwerpen naar Brussel leidt je binnen 10 minuten naar de Arenawijk. De wijk is gebouwd in het groen van de voormalige forten van Deurne die onderdeel zijn van de oude fortengordel van het Versterkt Kamp Antwerpen uit 1852–1854. De wijk is ruim opgezet. In een centraal park met kinderspeelplaatsen ligt de Arenahal. Dit was Braems invulling van de neighborhood unit – de plaats waar de buurt samenkwam – zoals dat in de planningsfilosofie van het Congrès Internationaux d’Architecture Moderne (CIAM) werd genoemd. Echt te spreken over de Belgische architectuur en stedenbouw was Braem niet: in 1968 pende hij zijn visie neer in Het lelijkste land ter wereld.

Woningen Braem | Arenawijk | Deurne, Antwerpen
Woningen Braem | Arenawijk | Deurne, Antwerpen

Aan de randen van de wijk staan de meest sculpturale blokken, die Renaat Braem samen met Octave De Koninckx ontwierp. Getweeën vulden zij indertijd de functie in van gemeentelijk stedenbouwkundige van Antwerpen. De bouwblokken volgen de grillige buitenlijn van de fortificaties. Braem probeerde in zijn plannen zoveel mogelijk monumentaal groen te behouden.

De balkons zijn trapsgewijs gestapeld en de gevel verspringt ook nog eens in de lengte. Op de hoek van elk blok staat een pracht van een betonsculptuur. Braem bereikte hier – aldus Braem zelf – voor het eerst een volwaardige integratie van architectuur en kunst, met symbolisch geladen sculpturen van eigen schepping. Op een van de hoeken van een blok staat een rond trappenhuisje; de treden van de wenteltrap zijn ook buitenom te gebruiken. Het dak wordt bekroond met een betonsculptuur van Braem van een bloem die oprijst uit de zon. Oorspronkelijk was de plint van deze blokken open, zodat de gebouwen leken te zweven op hun pilotis. De invloed van Le Corbusier valt hierin te herkennen.

De blokken aan de zuidzijde zijn het meest interessant en uitbundig sculpturaal. De erfgoedwaarde wordt onderkend; dit deel blijft gespaard vanwege ‘de verwovenheid van organische architectuur met statige kunstelementen’. De woningen gaan na een grondige renovatie in de verkoop. Voor wie wil wonen in een groene omgeving in een sculpturale betonplastiek van meester Braem moet nog even wachten. Zoals vaker met dit soort projecten kosten ze veel tijd.

'Torentje' | Arenawijk Deurne - Antwerpen
‘Torentje’ | Arenawijk Deurne – Antwerpen

Aan de noordzijde staan Braems minder sculpturale portiekappartementen. Ze zijn uitgerust met fraai ribbelbeton – door het gebruik van een herbruikbare bekisting uit stalen golfplaten –, ovale ramen, stoere waterspuwers, enorme garages – genoeg voor een witgoedwinkel of garagebedrijf – en paddenstoeldaken met flinke overstek en forse ‘schouwen’ erop. Dan staan nog her en der verspreid vrijstaande woontorens in verschillende hoogten, gebouwd in betonsteen, met driehoekige balkonnetjes en roestige noodtrappen. Ze doen me denken aan de experimentele flats van de Sao Paulodreef in Utrecht, waar ik tot mijn vierde woonde. Niet dat ik daar een hele sterke herinnering aan heb, maar ik weet hoe de flats er uitzien.

Wat de verschillende woningen gemeen hebben, is dat ze lijden aan betonrot, schimmel en algeheel achterstallig onderhoud. Veel ramen zijn dichtgezet met houten of metalen platen. Betonstalactieten hangen aan de balkons. Er wonen nog mensen, maar wel in zo op het oog zeer ongezonde omstandigheden. De omgeving is opvallend netjes: weinig vuil, weinig sporen van vandalisme, veel fluitende vogeltjes in netjes onderhouden groen.

De Braemflats aan de noordzijde worden afgebroken en vervangen door nieuwbouw voor de sociale huur. Het zwembad waarop men vanuit de woningen uitkeek, is een paar jaar geleden al verdwenen. Van de ‘torentjes’ is nog niet duidelijk wat ermee gaat gebeuren.

Vóór de Arenahal wordt hard gewerkt aan de herinrichting van het Arenaplein. De hal is ingebed in het ‘fortje’ van het voormalige Fort van Deurne. De bakstenen vestingmuren dragen de gelamineerd houten spanten van 46 m die het dak dragen. In de muren zijn uitsneden gemaakt die zijn opgevuld met elementen met betonnen randen, waar duiven al driftig met hun nesten zijn begonnen.

Opdrachtgever voor de Arenawijk was sociale huisvestingsmaatschappij Tuinwijk van Deurne uit 1921. In het oorspronkelijke plan van Braem werd het zwaartepunt – en hoogtepunt – van de bebouwing gevormd door een aantal hoge brute woontorens. Tuinwijk hield die plannen af; de flats kwamen er niet waardoor de buurt open en groen bleef. Ook het alternatief kwam maar ternauwernood van de grond. Een oud-compagnon van Braem, Lode Wouters, en de architecten Fons Mostien en Boud Rombouts maakten in de jaren zeventig het plan voor de uitbreiding van de Arenawijk met 190 woningen in tien woonblokken van verschillende hoogte: de ‘torentjes’. Het protest was massaal, de bewoners wilden geen torens in hun ‘Arenaweide’ en bezetten het park met tentjes. Uiteindelijk werd het aantal ‘torentjes’ teruggebracht en kregen de bewoners ter compensatie extra speelterreinen en voorzieningen zoals een bibliotheek.

De toekomstplannen voor de Arenabuurt staan uitgebreid beschreven in onder meer Antwerpenmorgen.be. Het is goed om te zien dat ook België haar brutalistisch erfgoed een warm hart toedraagt. Op de inventaris onroerend erfgoed staat de Arenawijk op haast literaire wijze beschreven. Dat ga ik als voorbeeld nemen voor mijn toekomstige gebouwartikelen!

Plaats een reactie