Afgelopen vrijdag ging ik voor de derde keer op bezoek bij Tuindorp Heijplaat in Rotterdam, dat begin vorige eeuw werd gebouwd voor de dokwerkers van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij. Je kunt er met de boot heen vanaf Marconistraat / M4H en komt dan aan in de voormalige dokhaven. Het RDM-kantoor ligt direct aan de haven. Een planoloog die toevallig met ons in hetzelfde schuitje zit, vertelt ons dat er hier veel gaat veranderen. De havenindustrie wordt op termijn verplaatst naar de Maasvlakte en rond Nieuw Mathenesse verrijst een compleet nieuw stadsdeel.
Op Heijplaat blijft als het goed is alles bij het oude. De toekomst van het tuindorp lijkt te zijn verzekerd met de status van beschermd stadsgezicht, samen met het Quarantaineterrein dat elders op het schiereiland ligt. Daar was ik nog niet eerder geweest. Het quarantainecomplex stamt uit de jaren dertig en is ontworpen door de architect van Gemeentewerken Rotterdam, Jan Gerard Snuif, onder supervisie van Ad van der Steur. Het complex heeft de status van rijksmonument. De kunstenaars zijn in 2024 vertrokken en erfgoedbeheerder Boei wil er een hotel maken. Wel op een prachtige plek, heerlijk rustig aan de oevers van de Maas. Momenteel zijn de meeste gebouwen dichtgetimmerd in afwachting van renovatie en transformatie.



Heijplaat is een van de bijzonderste tuindorpen van Nederland door zijn ligging in een havengebied waar kranen, containers en schepen de dienst uitmaken. Het tuindorp is idyllisch en uiterst dorps met een uitbundige variatie in gevels en bouwstijlen. Helaas zijn veel woningen weinig liefdevol opgeknapt; je moet de baksteenlittekens, punaisebouw en kunststof kozijnen negeren om de toch heus aanwezige schoonheid te zien.
We gaan ook dit keer langs bij café-restaurant Courzand, gevestigd in het voormalige feestgebouw van de RDM dat is gebouwd in fraaie fraaie art-decostijl. De serveerder reageert verheugd als ik hem de proefdruk laat zien met foto’s van Courzand: de enige interieurfoto van onze Atlas van tuindorpen in Nederland.
Een leuke terugblik op onze wandel-, fiets- en vaartocht langs de Rotterdamse tuindorpen Heijplaat, Vreewijk en Bloemhof vind je op de supergerse wandelsite Frankwandelt.nl.
De komende weken publiceer ik artikelen uit de Tuindorpenatlas op Oostblog.info. Zo kom je alvast in de stemming voor de lancering begin juni. De atlas is vanaf 29 mei 2026 te koop.
Heijplaat | Rotterdam
Tuindorp op schiereiland in de Maas

➜ Architect: Jan Baanders, Herman Baanders, Joop Mulder, Samuel de Clercq
➜ Bouw: 1914-1928
➜ Opdrachtgever: Rotterdamsche Droogdok Maatschappij
➜ Omvang: ongeveer 500 woningen
➜ Begrenzing: Rondolaan, Heysedijk, Courzandseweg, Heijplaatstraat
➜ Status: rijksbeschermd stadsgezicht
Moerdijk was eind 2025 volop in het nieuws omdat het dorp lijkt te moeten wijken voor de komst van een Powerport. Ook Tuindorp Heijplaat dreigde in de jaren negentig volledig te verdwijnen om ruimte te maken voor havenuitbreiding. Gelukkig bleef deze ‘groene en introverte woonenclave te midden van het uitgestrekte havenlandschap’ behouden. Tuindorp Heijplaat ligt centraal op de as van een schiereiland met aan weerszijden havens. Het is er groen en dorps, maar overal is het gebrom van vrachtschepen en gekletter van kranen te horen. ‘s Avonds verlichten de lampen van de kranen de daken.
De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) werd in 1902 opgericht. In dat jaar werd de Dokhaven gegraven voor twee droogdokken, later uitgebreid tot vier. Op de werfstrook ten zuiden van de dokken kwam in 1913 het hoofdkantoor, met een poort die toegang gaf tot het dokterrein, met daarnaast de kantine. Met de dokloods en het centraal magazijn vormden zij ‘de muur’, zoals de Heijplaters de rij gebouwen noemden.
RDM groeide tussen 1904 en 1914 van 300 tot 2000 werknemers. Voor hun huisvesting richtte RDM in 1913 N.V. Bouwmaatschappij Heijplaat op. De gemeente Rotterdam gaf de bouwgrond voor 75 jaar in erfpacht. In 1907 startte op het Courzand het uitgraven van de Waalhaven. Dit werd de oostelijke ‘watergrens’ van Heijplaat.
In 1914 startte de bouw van het tuindorp. In 1916 was de eerste bouwfase afgerond met de oplevering van zo’n 400 arbeiderswoningen en 28 woningen voor het hoger kader. Twee jaar na de oplevering overleed de initiatiefnemer en eerste directeur van de RDM, Marius Gerard de Gelder, op 48-jarige leeftijd. De Maasbode herinnert hem als de man die de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij ‘tot groote hoogte (heeft) opgewerkt en zich een uitstekenden naam (heeft) verworven als sociaal-voelend man door de stichting van het Tuindorp Heijplaat.’

De Gelder vond het belangrijk dat zijn werknemers dicht bij hun werk woonden: dat verkortte de reistijd en maakte hen op afroep beschikbaar. Zo verbond hij het belang van zijn bedrijf met een zekere morele plicht: ‘sociale verheffing en verhoging van het peil van den arbeider (is) in het belang van de maatschappij in het algemeen en van de industrie zelf in de eerste plaats’. Voor de verheffing zorgde de overheid door middel van het onderwijs; de ondernemer kon daaraan bijdragen door de huisvesting van de arbeidende klassen te verbeteren, zo valt te lezen in zijn boek ter promotie van Tuindorp Heijplaat uit 1916.
Bouwmaatschappij Heijplaat voerde de bouw en het beheer van het tuindorp uit. RDM vulde geregeld financiële tekorten aan en schonk de publieke gebouwen aan haar dochteronderneming. Om de bouw en verhuur rendabel te houden – of minder verliesgevend te maken – werden de kavels waarop de woningen stonden verkleind. Kleine tuinen vond De Gelder geen bezwaar; voor een havenarbeider zou ‘landcultivatie en groententeelt van ondergeschikt belang geacht moeten worden.’ Behoefte aan tuinieren bleek er wel degelijk te zijn onder de vaak van het platteland afkomstige RDM’ers. Toen tijdens de Eerste Wereldoorlog de RDM tijdelijk grond beschikbaar stelde voor groenteteelt, was het enthousiasme zo groot en kwam er tussen spoor en Droogdokweg een nog steeds bestaand volkstuincomplex.




Inspiratie uit Engeland
De Gelder bezocht ter inspiratie verschillende fabrieksdorpen, zoals de mijnwerkersdorpen van Engeland en Duitsland. Zijn belangrijkste inspiratiebron was het Engelse Port Sunlight van de gebroeders Lever, eind negentiende eeuw gebouwd voor de arbeiders van de Sunlight-zeepfabriek. Dit modeldorp bestond uit nette eengezinswoningen in een groene omgeving en had allerlei ‘nuttige sociale instellingen’.
RDM-huisarchitect Herman Baanders ontwierp voor Heijplaat zowel het stedenbouwkundig plan als de gebouwen. De architect was een drijvende kracht in de beginperiode van de Amsterdamse School en zijn bureau was het startpunt voor de carrière van onder meer Michel de Klerk. Rond dezelfde tijd van de bouw van Tuindorp Heijplaat ontwierp hij met zijn broer Jan Baanders het Amsterdams Lyceum, waarmee de kantoren en poortgebouwen van Heijplaat een duidelijke verwantschap laten zien.
De arbeiderswoningen in baksteen waren voor die tijd ruim en rijk gedetailleerd. Baanders zorgde voor veel variatie in woningtypen, dakvormen, dakkapellen, poorten en torentjes. Zijn broer Jan Baanders sr. en de Amsterdamse architect Joop Mulder waren ook betrokken bij deze eerste bouwfase.
Gouden randje
De Courzandseweg kwam bekend te staan als het Gouden Randje of de Karbonadenbuurt. Hier stonden de duurdere vrijstaande woningen voor het hoger personeel, de onderwijzers, de dokter – een huis in cottagestijl met rieten dak – en de tuinmannen. Deze woningen hadden fraaie voortuinen die waren ontworpen door tuinarchitect D.F. Tersteeg, met gemetselde muurtjes, plantenbakken, trappen en bankjes. Aan de Letostraat – vernoemd naar een door RDM gebouwd schip – stonden witte klokgevelwoningen met een overdekte veranda, die in 1993 zijn gesloopt en weer zijn herbouwd in originele stijl.
In de kranten was men lyrisch over dit wonderlijke tuindorp. In 1915 stond in het Rotterdamsch Nieuwsblad: “Aan een der Maasoevers ligt in futuristisch lommer verscholen het Tuindorp Heijplaat, gesticht door de Rotterdamsche Droogdok-Mij., hetwelk door zijn eigenaardige oorspronkelijke bouworde zich van andere complexen arbeiderswoningen gunstig onderscheidt. En des avond overtreft het andere dorpen, door een goede straatverlichting, die nog gesteund door de booglampen aan den hoofdingang, het dorp in een zee van licht doet baden.”
Het Dagblad van Zuid-Holland en ‘s-Gravenhage van 1916 schreef dat dit werkliedendorp ‘voor de gevels bijna uitsluitend gebruik (is) gemaakt van het gezellige Hollandsche baksteen, terwijl alle nuttelooze nabootsingen van oude stijlen opzettelijk vermeden zijn geworden. Het geheel maakt daardoor een pittoresken indruk, zonder dat daardoor aan het rustige dorpskarakter tekort is gedaan.’ Het artikel eindigt met de wens dat het tuindorp ten voorbeeld strekt van andere Nederlandse industriëlen.

Nuttige sociale instellingen
Net als bij Port Sunlight kreeg het tuindorp veel ‘nuttige sociale instellingen’: een ‘machinale waschinrichting’, een badhuis, een warenhuis en meerdere winkels die waren verbonden door een overdekte passage. Ter vermaak kwamen er feestgebouw Courzand, een muziekpaviljoen, speeltuin, kegelbaan, openluchttheater, zwembad en sportvelden. Aan het Vestaplein verrees een gemeenschapshuis met kerkelijke allure door zijn toren, dat dienstdeed als vergaderruimte en noodkerk. In een fraai poortgebouw kwam een gezellenhuis voor ongehuwden. De driebeukige poort – aan de ene kant versierd met reliëfs van een stuurman en een havenarbeider, aan de andere kant twee lezende mannen – leidde naar een binnenplaats met school.
Naast het RDM-kantoor kwamen een kantine met ruim 500 zitplaatsen, een koffiehuis en een bibliotheek. Sterke drank was uit den boze in de door RDM bestierde horeca. Baanders’ opvolger als RDM-huisarchitect Samuel de Clercq breidde het kantoor nog verder uit en voegde een verdieping toe aan het gebouw van drie verdiepingen. Boven de monumentale poort van de personeelsingang staat nog steeds ‘Rotterdamsche Droogdok Mij.’

De tweede bouwfase werd ook ontworpen door De Clercq. Zijn stijl sloot naadloos aan op die van zijn voorgangers. In 1923 was de tweede bouwfase gereed, met 180 nieuwe woningen en drie kerken voor alle gezindten. Ook na de Tweede Wereldoorlog breidde het dorp zich verder uit richting het ‘vasteland’.
In de crisisjaren vanaf 1929 hield de RDM het hoofd boven water met de bouw van de Nieuw Amsterdam, het vlaggenschip van de Holland-Amerika-Lijn, dat in 1937 te water werd gelaten. Al het personeel leverde 2,5 procent loon in om de bouw mogelijk te maken.
In 1934 werd het al bestaande quarantainestation vervangen door een uiterst moderne nieuwe quarantaine-inrichting. Het monumentale ensemble van tien gebouwen werd nauwelijks gebruikt waarvoor het gebouwd was. Vanaf 1938 werden er Joodse vluchtelingen uit Duitsland opgevangen en tijdens de Tweede Wereldoorlog waren er Duitse militairen gelegerd. Na de oorlog werden er tyfus-, tbc- en later psychiatrische patiënten verpleegd. In de jaren zeventig kwam het complex leeg te staan en trokken er kunstenaars in. Hun gebruikscontract liep af in 2024. ‘Herbestemmer’ van cultureel erfgoed BOEi is op zoek naar een nieuwe bestemming voor deze historische gebouwen.
Aan de gloriedagen van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij kwam in de jaren tachtig een einde. Eind jaren zeventig werd RDM overgenomen door Rijn-Schelde-Verolme, op 6 april 1983 werd het bedrijf failliet verklaard. Waar de werkloosheid op de Heijplaat nooit boven de 4% lag, schoot deze nu in één klap naar 50%. 1400 van de 3100 werknemers kregen hun congé. Van de ontslagenen woonden er ongeveer 500 op Heijplaat. Alleen een aantal nog levensvatbare onderdelen van de werf bleef behouden. Tot midden jaren negentig werden daar onderzeeërs gebouwd tot het halverwege de jaren negentig definitief ophield.
Het ‘fabrieksdorp’ kwam zonder ‘fabriek’ te zitten, haar bestaansrecht leek verdwenen. De woningen waren al eerder overgegaan in handen van Rotterdamse Woningstichting Onze Woning, vooruitlopend op het aflopen van de erfpacht in 1990.

Sloop afgeblazen
In 1990 maakte de gemeenteraad bekend Heijplaat in fasen te willen slopen om zo ruimte te maken voor de uitbreiding van de havenactiviteiten. De Wijkraad, de huurdersvereniging en het Crisisteam Heijplaat kwamen in het geweer tegen de plannen, bewoners demonstreerden wekenlang voor het stadhuis en er was veel media-aandacht. Hun inzet had succes: in augustus 1990 werd de sloop van Heijplaat afgeblazen.
Veel van de arbeiderswoningen op Heijplaat zien er niet bepaald fraai uit. Het onderhoud verschilt sterk van woning tot woning. In de loop der tijd zijn woningen samengevoegd, en sommige woningen zijn vervangen door nieuwbouw. ‘Onze Woning’ voerde in de jaren negentig een weinig liefdevolle renovatie uit. Goten, daklijsten, ramen en dakkapellen zijn vervangen door kunststof exemplaren, en bij het zogenoemde inboetwerk werden afwijkende stenen en specie gebruikt. ‘Desastreus voor de herkenbaarheid van de historische karakteristiek’, zo concludeert het Jaarboek Monumentenzorg al in 1992.
Ondanks deze aanpassingen staat het tuindorpkarakter van Heijplaat nog steeds fier overeind, een idyllisch dorpje in het groen, omgeven door havens, containers en kranen. In het voormalige feestgebouw zit nu Café Restaurant Courzand, waar je je kunt onderdompelen in de hoogtijdagen van het tuindorp, met historische foto’s en RDM-parafernalia. De voormalige RDM-gebouwen zijn omgevormd tot een levendige campus en een Innovation Dock voor innovatieve bedrijven en techniekonderwijs. Waar ooit schepen en onderzeeboten werden gebouwd en gerepareerd, werkt men nu aan de slimme haven van de toekomst.
