In Dansende beren vertelt Poolse onderzoeksjournalist Witold Szabłowski het verhaal van de Bulgaarse zigeuners, die hun geld verdienden door op te treden met hun dansberen. Toen dat in 2007 op last van de EU werd verboden, waren de zigeuners en de beren hun werk kwijt. De beren verkasten naar een dansberenpark, waar ze eerst moesten wennen aan leven in ‘vrijheid’. Szabłowski legt dit verhaal naast de ooggetuigenverslagen van mensen die na de val van het communisme ook moeten wennen aan hun nieuw verworven vrijheid.

De verhalen spelen in onder meer Polen, Oekraïne, Albanië, Estland, Servië en Georgië en geven een goede indruk van de worsteling waarmee veel mensen te maken hebben. Bij velen is de ‘heimwee naar het communisme’ – de ondertitel van de boek – er nog steeds, of weer: waar eerst de verwachtingen huizenhoog waren blijkt de weg naar marktkapitalisme en democratie in de praktijk knap ingewikkeld. En dan zijn de verworvenheden van het communisme – werk, zorg, huis, vakantie, kameraadschap, gelijkheid – met terugwerkende kracht supertof, en vergeten zijn de goelag, de tekorten aan van alles en nog wat en de onvrijheid om te gaan en staan waar je wilt. Zoals de vrije beren in hun dansberenpark af en toe nog steeds vervallen in een spontaan dansje, zo kunnen veel voormalige communisten hun verleden niet helemaal loslaten.

Zwarte of witte pion

Het zijn mooi opgetekende verhalen van bijvoorbeeld een Pools vrouwtje dat voor gerechtigheid naar Straatsburg gaat en vervolgens als zwerver eindigt op een Londens station. Ook bijzonder is het verhaal over de sterke tot hun jeugd herleidbare vriendschap van 2 Kosovaren, een Albanees en een Serviër. Hun vriendschap is danig op de proef gesteld tijdens en na de oorlog. Een Albanese Kosovaar zegt hierover tegen een Servische: “Wij zijn alleen maar pionnen op een schaakbord. Het spel gaat tussen de Amerikanen en de Russen. Het is puur toeval dat jij een zwarte pion bent en ik een witte.” Dat geldt ook ongeveer voor Estland, waar etnische Russen nu tweederangsburgers zijn en te kampen hebben met ernstige discriminatie.

Popart Radovan tour

In Servië gaat Szabłowski mee op de Popart Radovan tour. De tour leidt langs het woonhuis van Radovan Karadžić, langs cafés en restaurants waar hij vaak kwam en langs het Openbaar Ministerie, waar hij werd geknipt en geschoren alvorens te worden uitgeleverd aan het Joegoslaviëtribunaal. Hij bleef 13 jaar lang onvindbaar en heeft jaren lang onder de radar in Belgrado gewoond en gewerkt als alternatief genezer en medium onder de naam Dragan Dabić. En hij is net als Ratko Mladić nog steeds razend populair in zekere kringen.

Stalinettes en vestaalse maagden

Tijdens Szabłowski’s bezoek aan het Stalinmuseum in Stalins geboorteplaats Gori (Georgië) praat hij met de dames die het museum bestieren – de Stalinettes of Stalins vestaalse maagden – en die nog steeds, net als veel bezoekers vanuit de hele voormalige Sovjet-Unie, Stalin wel kunnen opvreten uit pure liefde.

Dansen op de gloeiende plaat

Het boek begint met verhalen van Bulgaarse zigeuners, hun liefde voor hun dansberen en de wijze waarop ze getraind worden om hun kunstjes te vertonen. Er wordt uit de doeken gedaan hoe de dansberen op een gloeiende plaat met bescherming om hun voeten werd geleerd op hun achterpoten te lopen, op straffe van verbranding hunner handjes. Ze konden nog veel meer dan dansen alleen: masseren, worstelen met mensen en allerlei koddige berenacts.

De dansberen kregen een neusring door hun zeer gevoelige neus, zodat ze altijd vastgezet of gestraft konden worden met de eraan bevestigde ketting. De zigeuners sloegen de beren als jonkie vaak de tanden uit de bek zodat ze minder gevaarlijk waren. De beren hadden sowieso een slecht gebit van de beloningen in snoep en suiker voor elk kunstje dat ze opvoerden. En ook zoiets: de beren waren allemaal alcoholist – ze kregen drank om ze rustig te houden of te belonen – en moesten afkicken na hun bevrijding.

Dansberen heb ik zelf nooit gezien. Wel zag ik in 1989 in Moskou het Moskouse staatscircus met een ijsberennummer. De ijsberen trokken getweeën al schaatsend een arrenslee voort met andere beesten erop. Ik ben benieuwd hoe ze er in zijn geslaagd om de ijsberen dat te leren.

Mondzorg voor beren

In 2007 werd Bulgarije, als EU-lid, verplicht om een einde te maken aan het gesol met de beren. Om de zigeuners te bewegen om afstand te doen van huns dansberen, was er heel wat zendingswerk nodig. De beren werden gezien als onderdeel van de familie. De stichting Vier Voeters had geld genoeg om de beren vrij te kopen en de eigenaren te compenseren voor gederfde inkomsten. In een door Vier Voeters aangekocht omheind park in Bulgarije leerden de beren weer te leven in een soort van vrijheid. Wel gecastreerd en gesteriliseerd en met de nodige zorg en hulp.

Voor zichzelf zorgen konden de beesten niet, dus worden ze dagelijks gevoerd met eten dat de lokale bevolking graag zelf zou krijgen. Beren eten vooral vruchten en noten. Wat ook kwaad bloed zet bij de Bulgaren is dat de beren prima medische zorg krijgen en dat er zelfs eens in de zoveel tijd een Duitse dierentandarts overkomt. En dat terwijl de omwonenden zelf vaak geen geld hebben voor medische zorg en mondzorg.

‘Dansende beren’ geeft een originele persoonlijke en inzichtelijke dwarsdoorsnede van hoe het veel mensen verging nadat de voormalige communistische landen de weg naar vrijheid insloegen. De weg naar vrijheid is lang en hobbelig. Zowel voor beren als voor mensen.

Dansende beren – Heimwee naar het communisme – Witold Szabłowski
240 pagina’s
2018
➜ Uitgever: Nieuw Amsterdam
ISBN: 9789046823415
➜ ★★★★
🔗 Lees mijn blog

Een reactie op “Dansende beren – Witold Szabłowski

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s