Vorig jaar was ik in Brussel op zoek naar brutalismen van de buitencategorie, dit weekend ben ik er weer. Dit keer voor de tentoonstellingen over 100 jaar surrealisme. Maar na een weldadig laven aan topwerken van onder meer Dali, Miro en Magritte is er nog tijd genoeg voor meer brutalismen. Een bezoek aan het ontmoetingscentrum Westrand in Dilbeek, een aan Brussel vastgegroeide gemeente in de sprookjesachtig klinkende streek Pajottenland, stond al hoog op mijn verlanglijstje. ‘Is dit het nou?’ denk ik bij het zien van het gebouw na drie kwartier metro-en, bussen en lopen. Van buiten is Westrand een dozenstapeling in kledderbeton. Maar het interieur is buitencategorie bruut en mag zich meten aan – is mooier dan? – dat van de Thomaskerk in Amsterdam. Het interieur toont hier nog meer dan in de Thomas de zachte kant van het béton brut door de combinatie met groen, kinderen en bollen wol.

Centraal staat een grote doos, de toneeltoren van de theaterzaal, die ik helaas niet van binnen kan zien. De afbeeldingen ervan doen me denken aan Gottfried Böhms kerk van Garath, met dezelfde kathedrale allure. Later lees ik dat Böhm inderdaad een inspiratiebron is geweest voor de architect, Alfons Hoppenbrouwer. Hij bezocht ook Le Corbusiers kapel in Ronchamp en de Berliner Philharmonie van Hans Scharoun ter lering, vermaak en inspiratie. En dat zie je.

Ontmoetingscentrum Westrand | Dilbeek | België

De gevels van de ‘dozen’ werden in de jaren 2000 afgewerkt met crepi, een soort sierpleister met in dit geval een ruwe touch. Boven beide entrees hangen bovenmodale luifels in de beste brutalistische traditie. Bij de zij-ingang is een zichtbetonnen muurtje met een tekst die me blij maakt: dit is de brutalistische variant van de eerste steenlegging. De inscriptie luidt: “Op 13 september 1969 heeft prof. Dr. Frans Van Mechelen, minister van Nederlandse cultuur het eerste beton ontkist van het ontmoetingscentrum Westrand te Dilbeek”. Heerlijk! Ernaast wordt de gedeelde verantwoordelijkheid benadrukt in de ontmoeting waarvoor dit gebouw is bedoeld: “Het is een opgave voor elke inwoner van de Westrand dit centrum te maken tot een ware plaats van ontmoeting”. Het ontmoeten blijkt best goed te gaan als ik binnenkom.

Via de noordelijke ingang kom ik in de binnenstraat die de ruimtes verbindt. Ik zie ruwe betonnen structuren en strakke lijnen, een ongepolijste esthetiek, een veelheid aan architectonische details in beton.

Wie denkt dat beton en ontmoeting niet samengaan, moet zeker langs komen bij Westrand. Kinderen worden vermaakt in deze uiterst brute ambiance, er wordt met een soort breipistool gewerkt aan nieuwe bekleding voor de banken (in béton brut) rond de open haard (in béton brut), in een andere ruimte ronkt een naaimachine en in een atelier wordt driftig gehandwerkt. Vanuit de binnenstraat kijk je door de grote ramen de groene vallei in van natuurgebied Wolfsputten. Er zijn diverse trappen, ook in uiterst bruut zichtbeton, die eerder een kunstzinnige rol in de ruimte spelen dan een functionele. Ze zijn hoe dan ook fantastisch.

De binnenstraat loopt dood op een golvende betonnen muur met een soort doopvont à la Thomaskerk. De vloeren in gewassen keibeton lopen aan de rechter zijde abrupt af naar twee poortjes die zo laag zijn dat je er als volwassen man voor moet bukken om er onderdoor te kunnen. Er is een soort labyrint naar een spreekstoel waarvan gangen zo nauw dat ze alleen voor kinderen handig te gebruiken zijn. En dat is niet voor niets: ik lees dat de architect hier een brutalistisch verstoppertjesparadijs heeft proberen te maken.

Vorig jaar bestond Westrand 50 jaar en dat is goed gevierd met allerlei festiviteiten en activiteiten. Achter de ronde ramen zie je de ’50’ nog. De bus naar Dilbeek passeert de grens met Vlaanderen. Wel een ding blijkbaar. De toneeltoren draagt de op een hele andere manier nogal brute spreuk: “Dilbeek, waar Vlamingen THUIS zijn…”. Vlamingen, Walen, wereldburgers: in een ontmoetingscentrum van dit brutalistisch buitencategoriale kaliber worden alle mensen broeders.

Meer Brusselse brutalismen

Brutalisme in Brussel: het CBR- en ALSK-kantoor

De Belgische architect Marcel Lambrichs ontwierp in de jaren vijftig tot zeventig verschillende grote kantorencomplexen in Brussel. Zo ook de kantoren voor de cementindustrie (CBR) en de bank ALSK. Kenmerken: fraai vormgegeven prefabbetonnen modules die de gevels een speels organisch karakter geven.

Lees Meer

Plaats een reactie