Wat is het geheim van het tuindorp?

Vrijdag 5 juni 2026, 14:41: over ruim een uur start de presentatie van onze Atlas van tuindorpen in Nederland. Fotograaf Bart van Hoek en ik lopen rond in de krochten van Raadhuis Hilversum, waar het Dudok Architectuur Centrum is gevestigd. Daar is nu de tentoonstelling Dudok in Paris te zien over het Collège Néerlandais, de Nederlandse bijdrage aan de Cité Universitaire in Parijs, die net als het Raadhuis van Hilversum werd ontworpen door Dudok. Dat de presentatie van onze tuindorpatlas hier in het Raadhuis is, is niet voor niets: Dudok ontwierp in Hilversum de enige tuinstad van Nederland. Alleen hier werden de tuinstadprincipes van Ebenezer Howard toegepast op het niveau van een complete stad, waar ze in de meeste gevallen niet verder kwamen dan het niveau van wijk, buurt of dorp.

Eerder die dag hebben we afgesproken bij de Openbare Leeszaal, een iconisch poortgebouw van Dudok in de Bloemenbuurt. Bas Beekman interviewt ons terwijl we door de buurt lopen. Al de volgende dag staat het artikel in de Gooi- en Eemlander.

Voordat de eerste bezoekers arriveren, hebben we tijd om het Raadhuis uit te checken, ook ruimtes waar je normaal niet zo snel binnenkomt, zoals de trouwzaal en de raadzaal. Het is een wonderschoon gebouw, subtiel vormgegeven en met een fantastische lichtwerking. Dudok bemoeide zich met elk detail, van de plaatsing van het gebouw tot de unieke ‘Hilversumse’ baksteen die is gebruikt, van het meubilair tot de voorzittershamer toe. Het Raadhuis is groot. Om de bezoekers de weg te wijzen naar de burgerzaal, waar de boekpresentatie is, is een speurtocht uitgezet. De burgerzaal heeft een colonnade van elegante gouden zuiltjes aan de zijde waar de ramen uitzicht bieden op de binnenplaats met een pierenbadachtige vijver. Hier gaat het allemaal gebeuren.

De zaal is inmiddels goed gevuld met een kleine honderd geïnteresseerden, sommigen van vlak uit de buurt maar ook uit Zuid-Limburg is een behoorlijke afvaardiging aanwezig. Chris Keulemans modereert de middag, en dat doet hij met verve. Hij leidt in met zijn persoonlijke verhaal als bewoner van twee tuindorpen in Amsterdam-Noord: eerder de Van der Pekbuurt en de afgelopen tien jaar Vogelbuurt. Beide staan in de atlas, voor Chris is de Tuindorpenatlas aldus een boek waar hij zelf in woont. Hij voelt zich tuindorper, hij zou nergens anders willen wonen dan in zijn tuindorp, waar je nog contact hebt met je buren.

Bij het doorbladeren van de atlas komt hem de vraag op: wat is nou eigenlijk het geheim van het tuindorp? Het ziet er zo mooi, gezellig en warm uit op de foto’s.

Tuinstad Hilversum

Senior beleidsadviseur Cultureel Erfgoed Annette Koenders trapt het inhoudelijke deel af. Annette nam contact met me op nadat ik op LinkedIn de Tuindorpenatlas aankondigde. Dat leidde tot een uitgebreide, zeer inspirerende rondleiding door Tuinstad Hilversum. Ook las Annette nauwkeurig mee met de teksten over Tuinstad Hilversum. In mijn kast stonden al Dudok-publicaties waaraan zij meewerkte, dus het moge duidelijk zijn dat zij de juiste persoon is om ons vandaag te vertellen over de enige tuinstad van Nederland: Dudoks Tuinstad Hilversum.

Dat doet ze aan de hand van vijf hoofdstukken: eerst de tuindorpontwikkelingen in de periode voordat Dudok zich met Hilversum ging bezighouden, vervolgens de tuindorpbouw onder zijn auspiciën, daarna de bouw van tuinwijken voor de hogere klassen, de wording van Tuinstad Hilversum en tot slot Hilversum als tuinstad in het groen, waar de omliggende natuur binnendringt via ‘groene vingers’ en zo een zachte overgang vormt van steen naar groen.

Dat Hilversum de enige tuinstad van Nederland is, was voor mij de reden om Hilversum te kiezen als plaats om de Atlas te presenteren. Als dat dan ook nog blijkt te kunnen in het prachtige Raadhuis van Dudok, wat kun je je dan nog meer wensen? En dan is er geen betere keuze om het eerste exemplaar aan te overhandigen dan aan de wethouder Cultureel Erfgoed, Edwin Göbbels. Directeur van WBooks, Marti Huetink, overhandigt dit zogenaamd eerste exemplaar aan de wethouder, de wethouder is verguld.  

Dan zijn de makers zelf aan de beurt. Bart en ik schuiven aan bij Chris om een paar prangende vragen over het boek te beantwoorden. Want hoe kwam ik nou op het idee voor deze atlas? Het antwoord: dat idee ontstond bij een wandeling die door Heveadorp leidde, het voor een rubberfabriek in cottagestijl gebouwde fabrieksdorp nabij Doorwerth. Een mooie plek en een heel bijzonder verhaal: Heveadorp gaf een jaar of twintig geleden heel rustig de aanzet tot de tuindorpqueeste die leidde tot een boek.

‘En hoe heeft je vader nou meegeholpen?’ was een andere vraag. Die heeft op papier de eerste proefdruk naar de letter gelezen en – op papier – gecorrigeerd. Vervolgens hebben we urenlang, naast elkaar gezeten, de correcties doorgevoerd.

Chris komt nog terug op de vraag wat nou het geheim is van het tuinsdorp. Hoe komt het dat de zon altijd lijkt te schijnen in een tuindorp, zoals is te zien op de foto’s in de ‘Atlas van tuindorpen in Nederland’. Toeval? Nee, dat niet. Helaas. Bart fotografeert alleen als de zon schijnt. Dat maakt de foto’s mooier.

Yolande Emmelot vertelt vervolgens over de wandelgids die eerder dit jaar uitkwam: ‘Dwalen door een ideaal: Wandelen langs tuin- en fabrieksdorpen’. Yolande vertelt over de wandelingen die zij en partner-auteur Sjoerd Karsten maakten. Toen we beiden bezig waren met de voorbereidingen op onze boeken, zocht Yolande contact. We hebben vervolgens uitgewisseld over de lijst met interessantste en mooiste (wandel)tuindorpen. Voordat de gids verscheen liep ik de wandeling langs de tuindorpen van Groningen. En hoe mooi zijn die! Wat een bijzondere, verfijnde architectuur, wat een schattige hofjes en poorten. Recent heb ik ook de wandeling door Vreewijk en Bloemenbuurt in Rotterdam gedaan.

Barry Braeken (directeur-bestuurder woningcorporatie Weller) vertelt over de Limburgse mijnkoloniën en het bidbook ‘Elke kolonie telt’ dat is uitgebracht om dit unieke erfgoed voor de toekomst te behouden. Er werd mij al verteld dat Barry een fijne spreker is, en dat klopt. Hij neemt ons vol vaart en enthousiasme mee naar de geschiedenis van de tuindorpen die zijn gebouwd voor de koempels, de mijnwerkers van de mijnen in de Limburgse mijnstreek. Voor mij was de kennismaking met deze mijnkoloniën een van de hoogtepunten bij mijn werk aan de atlas. Heel fijn dus dat de koloniën zo in het zonnetje worden gezet. En dat is nodig ook, want ze staan er niet allemaal even florissant bij, deze laatste relicten, het enige overgebleven erfgoed dat herinnert aan de mijngeschiedenis die zo bepalend is geweest voor de regio.

Chris sluit het programma af, want er moet natuurlijk geborreld worden en gesigneerd. De Larense boekhandel draait er in korte tijd een flink aantal dozen atlassen doorheen, en ook de wandelgids vindt gretig aftrek. De signeerrij is lang; er valt haast niet tegenop te signeren. Heel bijzonder, en zoveel positieve, leuke, lieve reacties. Wat een feest, zo je boek ten doop houden op zo’n mooie locatie, met zoveel geweldige mensen en zoveel mooie en inspirerende presentaties! Je zou bijna zin krijgen om nog een boek te schrijven

Gooi- en Eemlander artikel Tuindorpenatlas

Plaats een reactie