In socialmediagroepen voor liefhebbers van #socmod, #abandoned en Sovjet-architectuur ben ik Tskaltubo al honderden keren tegengekomen: foto’s van de tientallen ooit prachtige spa’s, sanatoria en hotels in de verschillende stijlen die in de Sovjet-Unie in de loop der tijd en vogue waren: van classicistische Stalinstijl tot brutalisme en socialistisch modernisme (socmod). De meeste gebouwen verkeren in een bijna onomkeerbare staat van verval. Er woonden tot voor kort duizenden uit Abchazië afkomstige Georgische ontheemden, waardoor het mij altijd een beetje tegenstond, daar de toerist uit te hangen op een plek waar mensen wonen onder weinig florissante omstandigheden. Er gebeurt ondertussen van alles: investeerders kunnen intekenen op een aantal van de gebouwen, twee badhuizen en een paar sanatoria zijn weer in gebruik genomen. Maar nog steeds is Tskaltubo een plek waar je urenlang kunt rondzwerven langs de tientallen verlaten gebouwen van het enorme complex.
De geschiedenis van Tskaltubo gaat terug tot de zevende eeuw en al in de dertiende eeuw werd het water uit de bronnen een geneeskrachtige werking toegedicht. Het water van Tskaltubo was de snelste weg naar onsterfelijkheid. Na 1870 begon de ontwikkeling tot kuuroord, die werd versneld door de ontdekking in 1913 dat er in het water het natuurlijke radioactieve edelgas radon zat. Het water moest direct aan de bron worden genoten, de radioactiviteit was na een paar minuten alweer gedaald tot nul.
Het kuuroord en alle gebouwen werden na de Russische Revolutie genationaliseerd. De Sovjetburger – in ieder geval de partijleden – had recht op deze voorzieningen. Voor verschillende beroepsgroepen en wetenschappen werden aparte sanatoria gebouwd.
In 1931 werd Tskaltubo met zijn befaamde radon- en carbonaathoudende mineraalbronnen aangewezen als het balneotherapiecentrum en kuuroord van de Georgische SSR. Dat was het startsein voor een enorme bouwmanie volgens een megalomaan masterplan van Nikolai Severov. Er kwam een treinstation en een verbinding met Kutaisi en later ook rechtstreekse verbinding met Moskou.
Ook in latere jaren bleef Tskaltubo groeien volgens een herzien plan van architecten Ioseb Zaalishvili en Valerian Kedia uit 1952. In het centraal laaggelegen Mineraalwaterpark kwamen de badhuizen, iets hoger eromheen de sanatoria, hotels en een woonwijk.
Tskaltubo werd een van de populairste kuuroorden van de Sovjet-Unie met in de topjaren 125.000 bezoekers. Er waren eind jaren tachtig 22 sanatoria en hotels met bijna 6000 bedden en negen badhuizen. Als je er rondloopt zie je hoe groot, bijzonder en voornaam deze plek ooit was.
De ineenstorting van de Sovjet-Unie luidde het einde in van het roemruchte kuuroord. De komst van duizenden ontheemden die de oorlog in Abchazië (1992-1993) ontvluchtten gaf de hotels en sanatoria een nieuwe bestemming. Inmiddels zijn zo’n beetje alle ontheemden verhuisd naar nieuw gebouwde dorpen die je her en der langs de weg ziet.
Nu is de periode van de waarheid aangebroken. Twee baden zijn heropend, hier en daar zijn bouwactiviteiten waar te nemen. Investeerders kunnen bieden op de ooit prachtige en nu zwaar vervallen sanatoria, maar het is zoveel, zo groot en zo duur dat dit nog tientallen jaren gaat duren voordat er echt wat gebeurt. Sowieso lijkt het niet-afronden van bouwprojecten heel gangbaar te zijn in Georgië getuige de vele aanzetten tot bebouwing die je overal in het land tegenkomt.
Op deze pagina
Sanatorium Sakartvelo: op mozaïekjacht in vervallen bruut icoon
We beginnen onze tour bij Sanatorium Sakartvelo uit 1983. Al vanaf de weg zie je het complex tegen de heuvel liggen: een idioot groot bouwwerk in staat van ontbinding. Het is wonderlijk te zien waar een boom of struik al niet kan groeien. Sakartvelo is een brutalistisch icoon met een gevel in een strak raster. De iconische, ooit verlichte letters op het dak vormen in het Georgisch en Cyrillisch de naam van het sanatorium.
Het sanatorium had zo’n vijfhonderd kamers — of kamers voor vijfhonderd mensen, daar wil ik vanaf wezen. Hier werden na een verbouwing ontheemden uit Abchazië opgevangen; zij zijn een paar jaar geleden vertrokken. Je komt nog steeds sporen van deze bewoners tegen: een fotolijstje, een pantoffel, een bed. Veel kamers hebben nog een prachtig behangetje uit de Sovjettijd.
Een extra queeste voor Sakartvelo was het vinden van twee mozaïeken die het gebouw sieren. We hebben er eindeloos rondgelopen, maar de mozaïeken niet gevonden. Waarschijnlijk hebben we op de verkeerde plek gezocht; we hadden in de westelijke vleugel moeten zijn. Maar het zou ook kunnen dat de kunstwerken onder het puin zijn verdwenen.

We parkeren de Jeep bij het station van het kuuroord, waar in de hoogtijdagen rechtstreekse treinen vanuit Moskou mensen aanvoerden die een tijd in de sanatoria mochten verblijven. Het station is deels netjes opgeschilderd maar daarna is het mis gegaan: ramen zijn ingegooid, er zijn lekkages en overal ligt troep. Treinen rijden er niet meer; een koe graast gemoedelijk op het spoor.

Stalin’s Georgische datsja
Stalin – zelf een Georgiër – had zijn eigen datsja op een heuvel nabij het park van Tskaltubo. Hier is ooit duidelijk geïnvesteerd in degelijke hekken en bij een van de toegangswegen staat een bunkertje. Bij een andere hek is een toegangspoortje waar ik doorheen ga. Een sneue verfomfaaide hond loopt met me op. Bij een open stuk met vervallen huis scharrelen koeien en geiten rond, achter het huis verzamelt een oud mannetje takken. Het vervallen huis is Stalin’s datsja. Ooit moet dit een prachtige villa geweest zijn met vlakbij een overdekte galerij met uitzicht over de vallei. Nu is het zo’n vervallen bende dat ik me niet naar binnen waag. Er moet ook nog een fraai mozaïek zijn, maar dat laat ik maar aan me voorbij gaan.

Bron 6: het badhuis van Stalin
We lopen het Mineraalwaterpark in, waar vroeger ongetwijfeld de badgasten in groten getale rondliepen over de lange rechte assen met veel zitgelegenheid. Nabij de protserige Leeuwenfontein staat Bron 6, ook wel bekend onder de naam Stalin-badhuis. Het is in 9 maanden in klassieke Stalin-stijl en werd op 1 januari 1951 in gebruik genomen. Stalin had hier zijn eigen privébad, dat er nog steeds is en soms te bezoeken is. Wij hebben het niet gezien. Ver weg is Stalin sowieso niet. In een fries boven de entree is hij afgebeeld naast andere grote Georgische helden als Jason van het Gulden Vlies.
Bron 6 is een van de weinige badhuizen die in oude glorie is hersteld en een van de twee badhuizen die weer in gebruik is. Hier kan je de pracht en praal van de Sovjet-Unie zien waar menig Rus ook nu naar terugverlangt. De centrale ruimte is een feest van marmer, Romeinse zuilen, versieringen en ornamenten. Nog steeds komen hier mensen uit alle voormalige Sovjetrepublieken naartoe.

Badhuis nr. 8: ufo met minibadjes
Badhuis nr. 8 staat vlakbij Bron 6, maar staat er een stuk minder goed bij, met betonrot en instortingsgevaar. Dit is een van de bruutste gebouwen van het complex. Een soort Evoluon als badhuis, met fonteintjes in radervorm met tientallen voetenbadjes of wat het ook maar mogen zijn. In de betonnen schotel zit een gat waarboven tot de afbraak in de jaren negentig een zwevende koepel zat.

Een eindje verder is het Cultuurhuis met vier muzen op de gevel. Toen het gebouw in 1987 werd geopend, stond het bekend als Concertzaal Iveria. Er wordt gerepeteerd voor een folkloristische muziek- en dansvoorstelling. De deur staat open. De zaal is groot – 1.000 zitplaatsen – en ooit was dit een prachtig uitbundig geornamenteerd gebouw. Sommige van de sanatoria hebben hun eigen theater en podium, dit was wellicht meer gericht op de bewoners van Tskaltubo.

Schuin achter het Theater staat Badhuis nr. 2, nu in gebruik als Be Healthy – Balneological Resort & Spa. Geen tot de verbeelding sprekend gebouw maar het muurtje met vrolijke bloemenmozaïeken mag er zijn. We spreken een Georgiër die goed Duits spreekt en hier behandeld wordt. Hij is enthousiast over zijn behandeling en kent de baden nog uit de goede oude Sovjettijd. Er komen nu vooral mensen badderen uit Rusland en andere voormalige Sovjetrepublieken, het Midden-Oosten en Israël.

Sanatorium Tbilisi en Sanatorium Geolog
Voor het Cultuurhuis is een fonteinplein waar twee welgevormde socmod vrouwenfiguren ons uitgeleide doen bij het verlaten van het park. We gaan vervolgens naar Sanatorium Tbilisi en Sanatorium Geolog. Ze zijn beide niet te bezoeken, de eerste vanwege bouwactiviteiten – er schijnt een Marriot Hotel te komen – en de tweede omdat er een bewaker is die ons niet toelaat. Ook hier is men weer kwistig geweest met het aanplanten van palmbomen. Vlakbij zijn nog twee sanatoria, Gelati en Metallurgist maar die hebben we gemist. Helaas, want ik lees dat beide fantastisch zijn en veel bezoekwaardiger dan Tbilisi en Geolog. Metallurg is in al zijn Stalinesque grootsheid erg goed bewaard gebleven. Er schijnt hier wel een kleine vergoeding te moeten worden betaald om binnen te komen aan een bewoner c.q. beheerder, c.q. bewaker.
We eten in een nogal Georgisch aandoend restaurant Our City, een prima plek om in de airco even af te koelen. We lopen vervolgens terug naar het park.

Sanatorium Savane Hotel en Sanatorium Filiali
We steken het park over richting Sanatorium Savane Hotel. Op de hoek is de entree met trappen en een afgeronde portiek die begroeid is met klimop. Dat is geen topper voor een bezoek. We lopen door de gangen waar aan beide zijden kamers zaten. Het hele interieur is vakkundig gesloopt, alles is gestript tot op het skelet. We worden al tijden gevolgd door een clubje goedzakkerige honden dat ons leuker vindt dan wij hen, alhoewel het net als de meeste straathonden in Georgië bange beestjes zijn waar weinig kwaads in zit.

Het nabije gebouw Sanatorium Filiali uit 1939 is niet te bezoeken. Er staat een bewaker bij. Het dak is half ingestort, het ziet er sowieso nogal onveilig uit. Ik vermoed dat er recent een brand is geweest; online vind ik foto’s van bezoekjes. Naam en functie zijn onduidelijk. Het schijnt dat hier een centrum voor ‘resortologie’ was waar onderzoek werd gedaan naar het kuurwezen, of naar de gezondheid van mensen en de verbeteringen door het kuren. Ook op dit gebouw schijn je een bod uit te kunnen brengen voor overname. Vraagprijs 6,5 miljoen Georgische lari, ruim 2 miljoen euro.

Sanatorium Imereti
Imereti is wel te bezoeken. Dit sanatorium is het hoogtepunt van de dag. Hier laat een bewaker alleen maar weten dat we voorzichtig moeten doen. Geen overbodige luxe inderdaad. Trapleuningen zijn er niet, de vloer is hier en daar verzakt en overal ligt glas en puin. Dit megasanatorium moet echt geweldig mooi geweest zijn, met wenteltrappen, een theaterzaal, een auditorium, prachtige entrees en enorme koepels. Maar ook hier is veel kapot, vernield en gestript. Het complex stamt uit 1961 en bestaat uit een langgerekt hoofdgebouw met aan beide uiteinden een haaks geplaatst deel die een overwoekerd binnenterrein omsluiten met een zwembad dan wel fonteingebeuren. Aan de voorzijde leidt een statige dubbele trap naar de centrale entree; beide zijdelen hebben hun eigen ingang, ook al groots en meeslepend en met wentelende trappen.

In sommige kamers zijn nog de sporen van recente bewoners te vinden. Een onverwachte gast is er ook: in de rotunda aan de westvleugel – een ronde ruimte met koepeldak en een dubbele ring van zuilen, binnen en buiten – staat een koe de koe te wezen. Deze ruimte werd gebruikt als openluchtauditorium; de koepel en de ronde vorm zorgen voor een bijzondere akoestiek. Knip er maar eens met je vingers.
Het schijnt dat investeerders het complex hebben opgekocht. Voor mensen met veel geld en weinig smaak moet dit neoclassicistische slooppaleis sterk tot de verbeelding spreken. Het complex is dusdanig gestript en vervallen dat er bij een eventuele renovatie niet heel veel schade aan te richten valt. Het gebouw is in zo’n staat dat haast elke verandering een verbetering is.

Hotel Aia: kleurrijke mozaïeken omlijst door grijs en groen
Als afsluiter gaan we langs bij Hotel Aia. Dit hotel is gebouwd in 1985 en veel modernistischer dan de gebouwen uit eerdere periodes. Het hotel is gebouwd voor het hogere kader van het ministerie van Binnenlandse Zaken en een behoorlijk posh, met marmer afgewerkt gebouw. Er was zelfs een casino.
Maar wij komen voor een mozaïek in een, zo te zien, voormalige feestzaal met erachter, zo te zien (tegeltjes), een badgelegenheid. Het thema van het mozaïek is wijn. Op een zijvleugel prijkt nog een mozaïek dat behoorlijk aan het vergaan is. Veel steentjes zijn verdwenen, het biedt een treurige aanblik.
Ook hier lijken tot voor kort mensen te zijn ondergebracht, ongetwijfeld ook vluchtelingen. Veel balkonnetjes zijn omgebouwd tot extra binnenruimte. Het gebouw zelf is zo lek als een mandje, koeien hebben de benedenste verdieping als stal geconfisqueerd getuige de flinke laag vlaaien. Koeien kunnen trouwens prima traplopen, zo heb ik met eigen ogen gezien. En waarom ook niet?

Met dank aan Joris voor het chaufferen en Wikipedia en de website Wander-lush voor de info over Tskaltubo. Had ik The Ultimate Guide to Tskaltubo van Emily Lush maar eerder gespot; dan had ik andere keuzes gemaakt in de te bezoeken sanatoria en badhuizen. Dan nog maar een keer terug nu ik ook vrij zeker denk te weten waar de mozaïeken van Sanatorium Sakartvelo zich bevinden.
Kaart van Tskaltubo
Alle foto’s van Tskaltubo





























