Van hoofdstad Tbilisi naar de bergen van de Grote Kaukasus

Van 10 tot 20 september 2026 was ik met reismaat en chauffeur Joris op roadtrip door Georgië. We reisden van de hoofdstad Tbilisi naar de bergen in het noorden, de Zwarte Zee in het westen en de steden Batumi, Kutaisi en Gori. De komende tijd schrijf ik op Oostblog over deze reis.

We komen laat aan op de luchthaven van Tbilisi en gaan op zoek naar onze huurauto. Je gaat hier niet naar de balie van een autoverhuurder maar appt en belt tot er een witte Jeep komt aanrijden die voldoet aan het signalement. We stappen in, de chauffeur moet nog naar hartje Tbilisi. We stoppen op een onmogelijke plek – de rechter baan van de kneiterdrukke hoofdweg die de stad doorkruist – om daar onder luid getoeter van auto’s die moeten uitwijken onze Jeep te controleren op aanwezige krassen en butsen.

Na deze korte check rijden we in onze Jeep – 350.000 km op de teller, gladde bandjes, maar nog steeds in prima vorm – door naar Mtscheta ten noordwesten van Tbilisi. Ons guesthouse ligt aan de eveneens kneiterdrukke weg van Tbilisi naar de kust, waar tot diep in de nacht vrachtwagens overheen denderen. We hebben er alleen geslapen en geen van de twee UNESCO-monumenten bezocht: de Svetitschoveli-kathedraal uit de 4de eeuw en het Dzjvariklooster uit de 6de eeuw. Mtscheta is door de Georgisch-Orthodoxe Kerk tot Heilige Stad uitgeroepen als geboorteplaats van het christendom in Georgië. Deze voormalige hoofdstad had wellicht iets meer aandacht verdiend. Een volgende keer wellicht.

De volgende ochtend vertrekken we al vroeg richting Glola, gelegen op ongeveer 1200 meter hoogte in de Grote Kaukasus in een dal met aan weerszijden bergtoppen tot ruim 4000 meter hoog. De hoofdkam van de Grote Kaukasus vormt goeddeels de grens tussen Rusland aan de noordzijde en Georgië en Azerbeidzjan aan de zuidkant.

Glola ligt op de grens van Rusland — de deelrepublieken Kabardië-Balkarië en Noord-Ossetië-Alanië — en Zuid-Ossetië, Georgisch grondgebied en sinds 1992 een soort van onafhankelijk. Na de vijfdaagse Russisch-Georgische oorlog van 2008 erkende Rusland de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en het eveneens op Georgisch grondgebied gelegen Abchazië. Verder is er weinig erkenning. Zuid-Ossetië behoort met Abchazië en Pridnestrovie (Transnistrië) tot de founding fathers van de Gemeenschap van niet-erkende staten. Altijd fijn, samen werken aan dat stukje erkenning. Er zijn nog steeds duizenden Russische militairen gestationeerd in Zuid-Ossetië en de politieke controle is groot. Raam op Rusland spreekt inmiddels van een de facto annexatie door Rusland.

De wegen zijn overal in Georgië opvallend goed. Alleen in de dorpen houden de wegen op en vraag je je af of het echt de bedoeling is om er te rijden. Onze 4WD kan ze allemaal hebben. De weg kronkelt gestaag omhoog langs snel stromende rivieren die in een vaak brede bedding door oneindig hoogland stromen. De rivier heeft duidelijk wel eens last van een slecht humeur. Delen van de weg zijn vervangen na waarschijnlijk te zijn weggeslagen, in de bedding liggen hele boomstammen en grote rotsen die zijn meegesleurd door het woeste water. Er zijn betonblokken gestapeld en betonnen muren gestort om de rivier in toom te houden.

Art for architecture Georgia – Palavandishvili & Prents

Coronatijd is boekentijd, de Oostblog Bieb dijt verder uit. Een van de nieuwe aanwinsten is Art for architecture Georgia, een mooi kijkboek met een selectie van bijzondere, interessante, fraaie mozaïeken. Tijdens mijn trip naar Tbilisi en Kutaisi heb ik een aantal van de mozaïeken gezien die in het boek staan, zoals die van het zwemstadion…

Lees Meer

Mozaïeken langs de route

In mijn blogs over de roadtrip door Georgië zie je geregeld foto’s van prachtige mozaïeken voorbijkomen. In Google Maps heb ik een kaart gemaakt met ruim 100 mooie mozaïeken. Daarvoor ben ik schatplichtig aan het boek Art for architecture Georgia, dat ook fysiek met ons meereist. Als er een mozaïek in de buurt is, kijken we of het lukt om er langs te gaan.

Bij Sachkere zien we een prachtig bemozaïekt benzinestation, ik vermoed uit de jaren zeventig. Jaar en kunstenaar zijn onbekend, maar mooi is-ie, en nog steeds in redelijke staat, alhoewel al een eeuwigheid niet meer in gebruik. Op de voorzijde staat Petrol, de zijkant is versierd met een soort olympische vlam en de achterzijde is versierd met oldtimers. Ook een niet-rokensein ontbreekt niet.

Een kleurrijke mozaïekmuur met zon- en figuurelementen, gelegen op een gebouw in een landelijke omgeving.
Voormalige benzinestation | Sachkere | Georgië

Een eindje verder, ook in Sachkere, siert een prachtig tegeltableau de zijmuur van een al lang gesloten katoenfabriek. Georgië was een van de Sovjetrepublieken waar katoen werd gekweekt dat in deze fabriek werd verwerkt. Maker en datum van het kunstwerk zijn ook hier onbekend.

Als we bij het hek komen, komt een hond ons blaffend tegemoet. Helaas, zo denken wij, maar even later komt er een man aangesukkeld die ons naar binnen noodt. De hond houdt zich gedeisd, we kunnen ons rustig verlustigen aan dit kunstwerk dat in prima conditie verkeert. Het thema is katoen. Mannen en vrouwen in traditionele kleding houden gezamenlijk een lange katoenen doek vast. De mans- en vrouwspersonen worden afgewisseld met een statige gestileerde katoenplant.

Ik ben benieuwd wat er met het kunstwerk gaat gebeuren. De fabriek is langzaam maar zeker aan het vergaan. Hopelijk worden de tegels te zijner tijd verplaatst naar een betere locatie.

Bergdorp Glola: opgepast voor koeien en varkens

Glola is een schattig klein bergdorpje op 1.280 meter hoogte, met varkens, koeien en kippen die in de hobbeldebobbelstraatjes rondscharrelen. Altijd is het geraas van de Chanchakorivier te horen als een snelweg in de spits. We verblijven in een erg fijne, net afgebouwde accommodatie met een balkonterras met uitzicht op de rivier: Glola LakeFront. Het is zo nieuw dat de verpakking soms nog om de spullen zit. Bijna elk voorwerp is voorzien van een EU-sticker; blijkbaar helpt de EU goed mee met de ontwikkeling van het toerisme in deze afgelegen en dunbevolkte regio.

Het dal loopt uit in de Mamisonipas op bijna 3000 meter, vanouds de grens tussen Rusland en Georgië. Glola en omliggende dorpjes hadden aldus een strategische ligging. Iets hoger in het dal ligt Shovi. Dit dorpje met veel sanatoria werd in 2023 grotendeels van de kaart geveegd door een heftige overstroming van de rivier Buba, die een aardverschuiving veroorzaakte. Er wordt gebouwd aan een monument ter nagedachtenis aan de 32 doden; één persoon is nooit gevonden. Op Google Maps zie je nog een oude kaart met hotels en sanatoria op de plek waar nu een woestenij van steen en boomstammen te zien is.

Een onvoltooid monument van gekleurd steen met twee bogen en een informatiebord, omringd door bouwmaterialen en betonijzers.
Monument | Shovi | Georgië

Een paar gebouwen in Shovi zijn bewaard gebleven, waaronder een groot vakantiehuis uit de jaren 1920 dat bekendstaat als Stalins Huis. Naast de entree staat ‘Stalin Inn’. De datsja is langzaam maar zeker zichzelf aan het afbreken, geholpen door weer en wind. Er rondlopen is niet zonder gevaar. Vloerdelen zijn naar beneden gestort, vloerplanken zijn onbetrouwbaar of ontbreken soms en op veel plekken is de boel verzakt. Je ziet nog steeds hoe prachtig dit huis ooit was. Ondanks de naam is Stalin er hoogstwaarschijnlijk zelf nooit geweest. Maar hij had het er vast prachtig gevonden.

Een verlaten gebouw omringd door hoge bomen en groene struiken, gevestigd in een bergachtige omgeving met een heldere lucht.
Stalin’s huis | Shovi | Georgië

De berg op: Katitsvera

De volgende dag beklimmen we de Katitsvera, een berg met een top van 3.129 meter. Het is een populaire hike, veel mensen die we tegenkomen doen de tweedaagse tocht met overnachting bij het Udziromeer. Dat had me ook prachtig geleken, kamperen bij een meer dat in het Nederlands Bodemloos heet.

De klim is steil, glad en modderig. Een kuitenbijter eerste klas. Het eerste deel gaat door afwisselend bos. Als het opener wordt, kijk je uit op de adembenemende, besneeuwde en gletsjerrijke toppen van de Grote Kaukasus van ruim 4.000 meter hoog. In het hoge gras menen we musjes te horen, maar het blijken flink uit de kluiten gewassen sprinkhanen te zijn die dit geluid voortbrengen.

Na de oversteek van een bergbeekje houden we het op ruim 2300 meter voor gezien en gaan weer richting dal. Bij het afdalen worden weer heel andere spiergroepen aangesproken die al tijden onbelast zijn gebleven. Een paar uitglijders verder zijn we met bemodderde broeken beneden.

Prachtig berglandschap met groene heuvels, bloemen en besneeuwde toppen onder een blauwe lucht met wolken.

De familie van Guesthouse Glola LakeFront zet ’s avonds een heerlijke maaltijd op tafel. Er is geen enkel restaurant open en een winkel is er niet, dus je bent afhankelijk van de mensen van je accommodatie. Geen probleem: ze helpen ons, ondanks de taalbarrière, met alles. Een in Vlaanderen woonachtige neef of zoonlief doet de simultaanvertaling. We krijgen een fles Georgische rode wijn van vijftien jaar oud, afkomstig van een van de buren. Geweldig! Huis en voorzieningen zijn dat ook. Een echte aanrader, mocht je nog eens de bergen van Georgië in willen.

Bergdorp Ghebi: nog meer koeien en varkens

De volgende dag wentelen we ons tijdens het overdadige ontbijt in onze spierpijn. We hebben een kort ritje voor de boeg naar Ghebi, een klein dorpje in een zijdal op een uur rijden. De wegen zijn ook in dit dorp nogal hobbelig en je verwacht tussen alle verwaarloosde huizen geen guesthouse te vinden, maar die is er toch echt. Ook in guesthouse Ghebi Inn worden we hartelijk ontvangen.

Boven het dorpje torent een soort woontoren uit. De toren is een recent gebouwde kopie van de hoge bouwwerken uit de regio’s Svaneti en Racha, torens met een woon- en verdedigingsfunctie. In het dorp is nog één originele toren bewaard gebleven die veel minder opvalt dan zijn recentere kopie. Wij hebben hem in ieder geval niet gezien, maar voor wie in Ghebi is en de toren wil bezoeken: de coördinaten zijn 42.76105, 43.50117. Ook zijn er verspreid over het dorp kerken te vinden uit de tiende en elfde eeuw. Historie genoeg dus.

Een smalle straat in een dorp met stenen huizen en mensen die aan het werk zijn. Een hond loopt langs de kant van de weg.
Ghebi | Georgië

Later wandelen we over de onverharde wegen door het dorpje, dat iets groter is dan Glola en ook een schooltje heeft. Ook hier scharrelen varkens, koeien en kippen rond. Veel huizen zijn verlaten; er zijn nauwelijks huizen die geen bouwprojecten zijn. Toch moet dit ooit een welvarend dorpje zijn geweest met zijn voorname huizen met veranda’s, de ramen verdeeld in kleine ruitjes, houtversieringen en zinken schilddaken. De tuinen worden goed gebruikt om groente te verbouwen, en die kippen, koeien en varkens scharrelen hier ook niet voor niets rond. Want ook hier ontbreken winkels en restaurants. De bewoners moeten een uur rijden naar Oni voor hun boodschappen. Nou ja, er is een winkeltje waar zo goed als niets te koop is, maar wel twee paar lakschoenen, stofvangend wachtend op een gegadigde met de juiste schoenmaat.

’s Ochtends verzamelen dagloners zich bij de winkel om naar hun werk te gaan. Ze krijgen een lift van een oude GAZ-truck en klimmen in de laadbak. Ook een manier om naar je werk te gaan.

Ondernemende dorpelingen zijn in de toeristenbusiness gesprongen, maar het ziet er allemaal enigszins noodlijdend uit. De omgeving is echter adembenemend. Ik wil hier nog wel een keer terug om serieus te gaan wandelen.

Een schilderachtig uitzicht op een berglandschap met weelderige groene heuvels en een toren op een heuveltop, onder een heldere blauwe lucht.
Ghebi | Georgië

In het guesthouse verblijft ook een Russische vrouw met wie we ons avondmaal (een heerlijke khachapuri en salade uit eigen tuin) en ontbijt genieten. Laten we haar Olga noemen. Ze is met haar familie vanuit Sint-Petersburg naar Georgië gevlucht. Haar man zijn we vandaag waarschijnlijk tegengekomen bij het beklimmen van de Katitsvera. Hij blijft wel slapen bij het meer. Olga vertelt over de angst voor de controle in Rusland; een onbedoeld foute opmerking van je zoon en je kunt aan de beurt zijn. Die voortdurende angst was de reden voor de vlucht.

Het is lastig een nieuw bestaan op te bouwen in Tbilisi en bijvoorbeeld een huis te vinden. De druk op de woningmarkt is groot doordat veel Russen naar Georgië zijn gevlucht, ook om de dienstplicht te ontvluchten. Ze verwacht niet ooit nog terug te keren naar haar geboorteland.

Meer foto’s

Plaats een reactie